Stedentrips

Waarom Valencia de stedentrip is die je dit jaar wilt maken

· 6 min leestijd

Spanje heeft een paar steden die altijd vol zitten in de zomers - Barcelona bovenaan die lijst, gevolgd door Madrid. Valencia staat in veel planningen pas op de derde of vierde plek, en dat is precies de reden om er nú naartoe te gaan. De stad heeft in korte tijd flink aan populariteit gewonnen, maar is nog altijd lang niet zo druk als haar beroemde zusjes verderop aan de kust. Wat je er vindt: futuristische architectuur, verborgen middeleeuwse straatjes, zeven kilometer strand en de beste paella die je ooit zult eten.

De stad van kunst en wetenschappen is geen cliché

Als je foto's van Valencia ziet, is de kans groot dat je het futuristische complex van Santiago Calatrava al hebt gezien zonder te weten dat het in Valencia staat. De Ciudad de las Artes y las Ciencias is een cluster van gebouwen langs de drooggelegde rivierbedding - glanzend wit, als iets van een andere planeet. Het Oceanogràfic is het grootste aquarium van Europa, en alleen al dat aquarium rechtvaardigt een ochtend van je tijd. Wie vroeg gaat, vermijdt de grootste drukte en heeft het water voor zichzelf.

Wat veel bezoekers niet weten: het complex loopt naadloos over in het Turia-park, het groene lint van negen kilometer dat dwars door de stad loopt. Je kunt vanuit het historische centrum fietsen tot aan de futuristische skyline, en onderweg alleen maar park zien. Dat soort stadsplanning snap je niet op een kaart - je moet het rijden.

Door El Carmen dwalen, de wijk die iedereen te laat ontdekt

Wie denkt aan Valencia, denkt aan strand en Fallas. Maar El Carmen, het historische hart van de oude stad, is de reden dat mensen terugkomen. De wijk loopt tussen de Torres de Serranos en de Torres de Quart - twee middeleeuwse poorten die er staan alsof de stad ze gisteren heeft neergezet. Daartussen: smalle straatjes vol street art, kleine cafés, tapasbarren en genoeg zijsteegjes om plezierig verdwaald te raken.

Ga er liefst 's avonds naartoe. Overdag lopen er toeristen, maar na tienen vult El Carmen zich met Valencianen die beginnen bij een glas vermut. Dat is niet geënsceneerd voor bezoekers - het is gewoon hoe ze er leven. Neem de tijd, bestel iets aan een terras en luister naar de stad.

Paella eten in Valencia is een andere klasse

Valencia is de geboorteplaats van paella. Dat klinkt als marketingpraat, maar het verschil met de rest van Spanje is echt merkbaar. De paella Valenciana die je hier krijgt - met kip, konijn, groene bonen en saffraan, op hout gekookt in een brede pan - heeft weinig gemeen met de versie die in Amsterdam of Barcelona als toeristenmenu wordt geserveerd.

De vuistregel: eet je paella 's middags, niet 's avonds. Valencianen beschouwen paella als een lunchgerecht, en de beste restaurants serveren hem alleen tussen twaalf en vier. Wie 's avonds bestelt, krijgt vaak de opgewarmde versie. Begin je dag in het Mercado Central - een modernistische markthal vlak bij de kathedraal met bijna duizend kraampjes vol verse producten. Zo snap je al 's ochtends wat er die middag in je bord belandt. Volgens het Valenciaanse officiële toerismokantoor zijn er in en rond de stad tientallen restaurants die nog altijd volgens de traditionele methode werken.

Het Turia-park: een rivier die een park werd

In 1957 overstroomde de rivier de Turia zo hevig dat er bijna 80 mensen omkwamen. De stad besloot daarna de stroom om te leiden, en de drooggelegde bedding veranderde in de jaren tachtig in een park van negen kilometer lang dwars door de stad. Dat klinkt als stadsgeschiedenis, maar als je er op een fiets doorheen rijdt, begrijp je waarom locals het hun mooiste plekje noemen.

Je kunt een fiets huren bij Valenbisi - het openbare fietssysteem dat met een dagpas beschikbaar is - en het park doorrijden van het ene uiteinde naar het andere. Langs de weg passeer je kinderboerderijen, atletiekbanen, voetbalveldjes en kleine beeldentuin. Ga er vroeg in de ochtend, als de joggers er al zijn maar de toeristen nog niet.

Het strand is verrassend goed, op het juiste moment

Valencia heeft zeven kilometer stadsstrand, met Playa de la Malvarrosa als bekendste naam. Ga er doordeweeks naartoe, niet op zaterdagmiddag in augustus. Op rustige momenten is het strand ruim en het water helder, en langs de boulevard staan genoeg strandtenten waar je voor een paar euro een fresco of een biertje bestelt terwijl je uitkijkt op de Middellandse Zee.

Het strand ligt op twintig minuten fietsen of met de stadstram. De EMT-tram - lijn 4 en 6 - rijdt er rechtstreeks naartoe voor minder dan twee euro. Een stuk makkelijker dan een taxi, en je zit meteen tussen de Valencianen die na hun werk dezelfde route nemen.

Zo pak je Valencia slim aan

Een lang weekend van drie dagen geeft genoeg ruimte om de stad echt te voelen. Vlieg naar de luchthaven Manises, die op zo'n 25 minuten van het centrum ligt met de metro (lijn 3 of 5). Een dagpas voor het openbaar vervoer kost minder dan drie euro en dekt metro, bus en tram - dat scheelt flink ten opzichte van een huurrijdjes per keer.

Boek je hotel in het stadscentrum of in Ruzafa - een wijk die de afgelopen jaren van arbeidersbuurt veranderde in dé plek waar Valenciaanse chefs hun eerste restaurant openen. Ruzafa heeft uitstekende koffie, een relaxed tempo en restaurants die Barcelona en Madrid niet kunnen evenaren voor hetzelfde geld.

Wil je weten hoe je de goedkoopste vlucht vindt voor je trip? Lees dan hoe je effectief alle vliegtickets vergelijkt. En ben je benieuwd naar meer Spaanse bestemmingen? Dan heeft ons artikel over Ibiza goede redenen om te vergelijken.

Valencia is geen geheim meer, maar het is nog altijd de meest onderschatte grote stad van Spanje. De Barcelonese drukte, de Madrileense hectiek - dat heeft Valencia allemaal niet. Wat het wél heeft: een stad die op eigen tempo leeft en je dat gevoel meegeeft zodra je er aankomt.

Y
Geschreven door Yara Bosman Europa reisspecialist

Yara is reisblogger en voormalig reisbureau-medewerkster die besloot dat ze liever zelf ging reizen dan vakanties voor anderen te boeken. Ze is gespecialiseerd in Europese bestemmingen en kent elk budgetvliegveld op het continent bij naam. Ze schrijft praktische, no-nonsense artikelen en heeft een talent voor het vinden van verborgen pareltjes die niet in de standaard reisgids staan. Haar koffer staat altijd klaar, letterlijk, naast de voordeur.